Achtergrond De controle ten aanzien van diabetes zijn bedoeld om veranderingen in de gezondheidssituatie op te sporen maar dienen ook om de patiënt goed te informeren over gezonde leefstijl bij diabetes en te nemen maatregelen bij ziekte, ontsporing en dergelijke. Tijdens de diabetescontrole dient daarom aandacht te worden besteed aan de huidige bloedsuikerregulatie en de andere risicofactoren, zoals BMI, bloeddrukregulatie, rookstatus, vetspectrum. Daarnaast dient het gesprek ook om de voorgenomen leefstijlinterventies te vervolgen en zo nodig te stimuleren. Adviezen ten aanzien van leefstijl zijn: voldoende bewegen, streven naar BMI < 25, niet roken, goede voeding, maximaal 2 alcoholconsumpties per dag. Kennis voor situaties waarin maatregelen nodig zijn ten aanzien van diabetes zijn: dehydratie (diarree, hoge koorts), herkennen van hypoglycemische klachten, vergeten medicatie. Daarnaast dient tijdens de diabetes controle periodiek de problemen met het opvolgen van de leefstijladviezen besproken te worden. Indien het bloedsuikergehalte onvoldoende is gereguleerd dient zo nodig het aanpassen van medicatie of het verbeteren van leefstijladviezen besproken te worden.
Wat is het doel van deze werkinstructie? Het doelmatig vervolgen van de risicofactoren die een rol spelen bij diabetes mellitus type 2. Deze werkinstructie geeft handvatten voor de controles die uitgevoerd worden door de praktijkverpleegkundige (jaarcontrole).
Uitvoer De kleine controle dient te bestaan uit: - anamnese: welbevinden, hypo's, hyper's, problemen ten aanzien van voeding, beweging, medicatiegebruik. - onderzoek: nuchter glucose ( in praktijk of door patiënt zelf), zo nodig bloeddruk (jaarlijks i.g.v. normotensie en 3 -mnd i.g.v. hypertensie), dagcurve 2 stuks indien insuline gebruikt wordt
De jaarcontrole dient te bestaan uit: - anamnese: visusproblemen, cardiovasculaire klachten, neuropathie, seksuele problemen. - onderzoek: bloeddruk, gewicht en lengte, BMI, voetonderzoek, indien van toepassing: spuitplaatsen, spuittechniek, metercontrole. - laboratorium: nuchter glucose, HBA1c, kreatinine + klaring, nuchter vetspectrum, Kalium bij diureticum of RAS-remmer, Urine albumine/kreatinine ratio bij een levensverwachting > 10 jaar. - funduscontrole: één tot twee-jaarlijks afhankelijk van bevindingen. - risico-inventarisatie, evalueren van beleid: dit gebeurt tijdens een vervolg consult met de huisarts.
Tussentijdse controle bij intercurrente ziekte dient te bestaan uit - extra controle bloedglucose waarde. Eventueel tijdelijke verhoging of verlaging medicatie. Bij dreigende dehydratie metformine staken. insuline nooit staken: ook niet bij minder eten. Wel op geleide van glucoses de dosis aanpassen. Overweeg opname bij dehydratie en glycemische ontregeling. - in deze gevallen wordt direct met de huisarts overlegd.
Streefwaarden ten aanzien van de behandeling van diabetes mellitus type 2
Bloedglucose nuchter
4,5 en < 8,0
Bloedglucose niet nuchter
4,5 en < 9,0
Hba1c
< 53*
Gewicht
BMI < 27
Bloeddruk
systolisch < 140
*uitzonderingen zijn: patiënten > 70 jaar die naast metformine nog andere bloedglucoseverlagende middelen gebruiken. De streefwaarde is dan voor patiënten korter dan 10 jaar diabetes mellitus: < 58 mmol/mol en bij langer dan 10 jaar diabetes mellitus <64 mmol/mol
Administratieve verwerking We maken gebruik van het KIS PortaVita. De kleine controle wordt ingevoerd bij 'kleine controle'. De jaarcontrole onder 'jaarcontrole'. Voor verwijzing naar diëtiste of podotherapeut dient PortaVita ook gebruikt te worden om een terugkoppeling te krijgen.
Administratieve verwerking Promedico In promedico dient de status dieet, tablet of insuline bijgehouden te worden. Daarnaast worden wijzigingen medicatie hier doorgevoerd.
Diabetes zorg maakt onderdeel uit van ketenzorg. Wij ontvangen als praktijk een totaalbedrag per patiënt. Dit is inclusief meten van bloeddruk. Bloedsuikerstripjes mogen wel gedeclareerd worden.
Het doen van een cerumen lavage tegelijkertijd dient wel normaal gedeclareerd te worden.
Achtergrond
De controle ten aanzien van diabetes zijn bedoeld om veranderingen in de gezondheidssituatie op te sporen maar dienen ook om de patiënt goed te informeren over gezonde leefstijl bij diabetes en te nemen maatregelen bij ziekte, ontsporing en dergelijke.
Tijdens de diabetescontrole dient daarom aandacht te worden besteed aan de huidige bloedsuikerregulatie en de andere risicofactoren, zoals BMI, bloeddrukregulatie, rookstatus, vetspectrum.
Daarnaast dient het gesprek ook om de voorgenomen leefstijlinterventies te vervolgen en zo nodig te stimuleren.
Adviezen ten aanzien van leefstijl zijn: voldoende bewegen, streven naar BMI < 25, niet roken, goede voeding, maximaal 2 alcoholconsumpties per dag.
Kennis voor situaties waarin maatregelen nodig zijn ten aanzien van diabetes zijn: dehydratie (diarree, hoge koorts), herkennen van hypoglycemische klachten, vergeten medicatie.
Daarnaast dient tijdens de diabetes controle periodiek de problemen met het opvolgen van de leefstijladviezen besproken te worden.
Indien het bloedsuikergehalte onvoldoende is gereguleerd dient zo nodig het aanpassen van medicatie of het verbeteren van leefstijladviezen besproken te worden.
Wat is het doel van deze werkinstructie?
Het doelmatig vervolgen van de risicofactoren die een rol spelen bij diabetes mellitus type 2. Deze werkinstructie geeft handvatten voor de controles die uitgevoerd worden door de praktijkverpleegkundige (jaarcontrole).
Uitvoer
De kleine controle dient te bestaan uit:
- anamnese: welbevinden, hypo's, hyper's, problemen ten aanzien van voeding, beweging, medicatiegebruik.
- onderzoek: nuchter glucose ( in praktijk of door patiënt zelf), zo nodig bloeddruk (jaarlijks i.g.v. normotensie en 3 -mnd i.g.v. hypertensie), dagcurve 2 stuks indien insuline gebruikt wordt
De jaarcontrole dient te bestaan uit:
- anamnese: visusproblemen, cardiovasculaire klachten, neuropathie, seksuele problemen.
- onderzoek: bloeddruk, gewicht en lengte, BMI, voetonderzoek, indien van toepassing: spuitplaatsen, spuittechniek, metercontrole.
- laboratorium: nuchter glucose, HBA1c, kreatinine + klaring, nuchter vetspectrum, Kalium bij diureticum of RAS-remmer, Urine albumine/kreatinine ratio bij een levensverwachting > 10 jaar.
- funduscontrole: één tot twee-jaarlijks afhankelijk van bevindingen.
- risico-inventarisatie, evalueren van beleid: dit gebeurt tijdens een vervolg consult met de huisarts.
Tussentijdse controle bij intercurrente ziekte dient te bestaan uit
- extra controle bloedglucose waarde. Eventueel tijdelijke verhoging of verlaging medicatie. Bij dreigende dehydratie metformine staken. insuline nooit staken: ook niet bij minder eten. Wel op geleide van glucoses de dosis aanpassen. Overweeg opname bij dehydratie en glycemische ontregeling.
- in deze gevallen wordt direct met de huisarts overlegd.
Administratieve verwerking
We maken gebruik van het KIS PortaVita. De kleine controle wordt ingevoerd bij 'kleine controle'. De jaarcontrole onder 'jaarcontrole'. Voor verwijzing naar diëtiste of podotherapeut dient PortaVita ook gebruikt te worden om een terugkoppeling te krijgen.
Administratieve verwerking Promedico
In promedico dient de status dieet, tablet of insuline bijgehouden te worden. Daarnaast worden wijzigingen medicatie hier doorgevoerd.
Diabetes zorg maakt onderdeel uit van ketenzorg. Wij ontvangen als praktijk een totaalbedrag per patiënt. Dit is inclusief meten van bloeddruk. Bloedsuikerstripjes mogen wel gedeclareerd worden.
Het doen van een cerumen lavage tegelijkertijd dient wel normaal gedeclareerd te worden.